Schema: 2e set factoren

De tweede set factoren is de sociale invloed. De overlevingsdrang van de eerste set factoren maakt dat mensen in de veiligheid van een groep leven. Binnen een groep gelden bepaalde normen waar iedereen zich aan moet houden. Hierdoor wordt individuele expressie en creativiteit beperkt. Vaak zijn de regels in een groep ongeschreven, maar bekend voor alle leden van de groep (dit wordt gekanaliseert als het geweten). Gedrag wordt bepaald door sociale druk en sociale steun. Sociale krachten vormen de verwachtingen. Gedrag en talenten worden gekanaliseerd in vormen die het externe milieu volgen en steunen: “Mijn moeder zegt dat we het gazon altijd moeten bijhouden, om zo een goede indruk te maken op mensen als ze voorbij rijden”.

Dąbrowski omschreef vier vormen van sociale aanpassing: negatieve onaangepastheid (crimineel gedrag: zelf beter worden ten koste van anderen), positieve aangepastheid (functioneren volgens de normen van de groep), negatieve aangepastheid (afzetten tegen de normen van de groep) en positieve onaangepastheid (met respect voor de groep een persoonlijke koers volgen)