Schema: Niveau 2

Op dit niveau bevinden mensen met een aangeboren éénlagige ontwikkeling. Biologische impulsen en socialisatie worden niet meer als richtinggevend ervaren (dit is te zien in bijvoorbeeld de puberteit en midlifecrisis, maar ook bij jonge kinderen die sterk beredenerend en invoelend in het leven staan). Naast de eerste set factoren is hier ook een sterke tweede set factoren te zien. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die heel empatisch zijn (maar zichzelf kunnen verliezen in het contact met andere mensen). Of kunstenaars, componisten, choreografen: mensen die erg creatief zijn. Mensen op dit level hebben innerlijke conflicten, maar zij lossen deze op door zich nòg beter aan te passen aan de mensen in primaire integratie (vanwege die sterke set tweede factoren). Soms zijn de innerlijke conflicten zo heftig, dat zij psychoneurosen ontwikkelen (die in de geestelijke gezondheidszorg als psychische ziektes gediagnosticeerd worden), zoals depressie of borderline persoonlijkheidssyndroom.

Mesen op dit niveau hebben vaak sterke overexcitabilities, maar deze zijn niet sterk genoeg of niet in de optimale verhoudingen, waardoor het ontwikkelpotentieel niet groot genoeg is om de ontwikkeling voorbij éénlagige desintegratie te stuwen.